verhipvoorlesbos – deel 5

Na ons uitgebreide gesprek met de restauranteigenaar nemen we afscheid en gaan we weer naar Kara Tepe. Het is vrijdagavond en we gaan naar het wekelijkse feest. Het is zo’n volle dag geweest dat ik nog geen contact heb gehad met het thuisfront. Ik bel snel en krijg natuurlijk de vraag: hoe is het daar? En gek genoeg weet ik geen antwoord. Ik kan al die indrukken, alles wat ik heb gezien en gehoord, niet onder woorden brengen. De kletsmajoor die ik vaak ben, is er even niet. Morgen maar een nieuwe poging…

Inmiddels zet ik mijn handtekening in het grote registratieboek bij binnenkomst in Kara Tepe. We lopen naar een overdekte plaats en de muziek komt ons al tegemoet. Het is druk. Veel vrouwen zitten op de ronde tribune en moedigen klappend de mannen en kinderen aan die aan het dansen zijn. Hier zie ik alles samenkomen: mensen uit verschillende landen, vrijwilligers en bewoners van het dorp, jong en oud. Nina vertelt me dat deze avond heel belangrijk is, omdat mensen hun zorgen voor even kunnen vergeten. Op zaterdagochtend worden de bewoners vaak vrolijker wakker en is de sfeer merkbaar positiever. Ik bedenk me dat wij ook ontladen in het weekend door iets leuks te doen en dat dit feest hetzelfde betekent voor deze mensen, hoe anders hun situatie ook is.

Ik neem plaats op de tribune. Er wordt muziek gedraaid afkomstig uit alle werelddelen. En ondanks dat iedereen op elk nummer vrolijk meedoet, zie ik heel duidelijk aan de mensen wanneer ‘hun muziek’ wordt gedraaid. Prachtig hoe muziek is gekoppeld aan herinneringen en even ‘thuis’ terug kan halen. Ik kijk naar Koerdische dansen, Afrikaanse dansen en ik zie tienermeisjes sierlijk dansen op Arabische nummers met een fonkeling in hun ogen. Mensen praten met elkaar, houden elkaar vast, lachen en klappen.

Maar ik klap juist dicht. Meestal ben ik de beroerdste niet om gezellig mee te doen, maar het lukt me niet. Ik zit en kijk naar de mensen, stuk voor stuk kijk ik naar hun gezichten. Een moeder met een trotse blik gericht op haar dochter op de dansvloer, tienerjongens die met een arm om elkaar heen staan te kletsen, kindjes die in een kringetje met vrijwilligers dansen, een man in een rolstoel die naar de dansende menigte kijkt…Ik krijg tranen in mijn ogen. Wat zit er achter deze gezichten? Opeens besef ik me dat al deze mensen op dezelfde manier hier zijn gekomen. In elk geval het laatste stuk. Zonder uitzondering hebben ze allemaal in zo’n bootje gezeten. Gespannen, koud, in het donker, kindjes goed vasthouden…ik kan het me niet verder indenken, want dan barst ik hier ter plekke in tranen uit. En dat wil ik niet. Ik wil hen niet het gevoel geven dat ze zielig zijn. Ik vind ze juist ongelooflijk dapper.

Wat hebben ze voor die boottocht allemaal moeten doorstaan? En wat staat ze nog te wachten? Gelukkig krijg ik niet de kans om daar verder over na te denken. Het nummer Leef van André Hazes jr. wordt ingezet en de mensen staan schouder aan schouder in een kring mee te zingen. Op het refrein lopen ze de polonaise. Ik draai dit nummer thuis nooit, maar wat krijgen de woorden nu een lading:
Leef, alsof het je laatste dag is
Leef, alsof de morgen niet bestaat
Leef, alsof het nooit echt af is
En leef, pak alles wat je kan

Eenmaal in mijn bed in het hotel denk ik aan morgen. Dan ga ik naar het noorden van het eiland waar de meeste mensen op een boot zijn aangekomen. Dan krijg ik het verhaal van deze mensen toch voor een deel te zien…

Geef een reactie